Medicijnen

Overzicht van de meest voorgeschreven medicijnen voor het hart :

- ACE-remmers

- Anti-aritmica

- Betablokker

- Bloedverdunner

- Nitraten

- Plastabletten


ACE-remmer

Onderzoek heeft aangetoond dat patiënten met hartfalen die ACE-remmers gebruiken langer leven en zich beter voelen. ACE-remmers zorgen ervoor dat:

- Bloedvaten meer openstaan waardoor de bloeddruk daalt en het hart minder zwaar belast wordt.

- Het lichaam minder vocht en zout vasthoudt.

- “Remodelling” wordt tegengegaan. Bij hartfalen gaat de grootte, vorm en dikte van de hartkamer veranderen. Dit noemt men remodelling. Door deze veranderingen gaat de pompfunctie van het hart achteruit. Door het gebruik van ACE-remmers gaat de hartkamer beter haar oorspronkelijke grootte, vorm en dikte bewaren waardoor de pompfunctie niet verder achteruit gaat.

 

Voorbeelden :

Acupril (=Quinapril), Capoten ( = Captopril), Coversyl (=Perindopril), Renitec (= Enalapril),

Titrace (=Ramipril), Zestril (=Lisinopril).

Combinatie van ACE-remmer en plaspillen: Acuretic, Co-Renitec, Zestoretic.

 

Mogelijke bijwerkingen :

Prikkelhoest, lage bloeddruk, duizeligheid (vooral bij rechtkomen) in het begin van de behandeling. Deze is het gevolg van een snelle bloeddrukdaling en mindert als u eventjes gaat neerliggen. Als de duizeligheid lang blijft aanhouden, moet u de arts raadplegen. Huiduitslag, jeuk,nierproblemen (om deze tijdig op te sporen, wordt er regelmatig bloed genomen). Wanneer u kortademig wordt en dikke lippen of een dikke tong krijgt, moet u de arts onmiddellijk raadplegen.


Anti-aritmica

Anti-aritmica zorgen ervoor dat het hart zo normaal mogelijk klopt. Zij doen dit door de prikkelgeleiding in het hart of de prikkelbaarheid van de hartspiercellen te beïnvloeden.

 

Voorbeelden :

Sotacor (=Sotalol), Cordarone (=Amiodarone), Tambocor (=Flecainide)

 

Mogelijke bijwerkingen :

Cordarone (innemen tijdens of op het einde van de maaltijd): Overgevoeligheid voor zonlicht,grijs-blauwe verkleuringen van de huid,hoofdpijn,misselijkheid, braken,smaakverandering.

Sotalol: Verergeren van tekens van decompensatie,misselijkheid, diarree,vermoeidheid,koude handen en voeten.

Tambocor : Duizeligheid, hoofdpijn, vermoeidheid, opvliegers, verhoogde transpiratie, oorsuizen, reversibele gezichtsstoornissen.


Betablokkers

Stresshormonen zijn bij hartfalen in een veel grotere hoeveelheid aanwezig dan normaal. Deze hoeveelheden zijn ongunstig. Bèta blokkers blokkeren gedeeltelijk de werking van deze stresshormonen en beperken zo het ongunstig effect. Bèta-blokkers zorgen ervoor dat :

- Het hartritme vertraagt, de bloeddruk daalt, de pompkracht van het hart tijdelijk vermindert.

- Het hart krijgt meer rust als het hartritme vertraagt en de bloeddruk daalt. Dat de pompkracht van het hart vermindert, lijkt minder goed bij hartfalen. Maar Bèta blokkers verergeren hartfalen niet, in tegendeel. Onderzoek heeft aangetoond dat patiënten met hartfalen die Bèta blokkers gebruiken langer leven en zich beter voelen. In het begin van de behandeling kan u zich iets minder goed voelen, nadien merkt u de positieve effecten.

 

Voorbeelden :

Emcor (=Bisoprolol), Selokeen (=Metoprolol), Propranolol, Atenolol, Nebilet (=Nebivolol),

Eucardic (=Carvedilol).

 

Mogelijke bijwerkingen :

Koude handen en voeten,duizeligheid,vermoeidheid.,minder zin in seks,erg trage hartslag,toenemen van de klachten van hartfalen (tijdelijk).


Bloedverdunners

Patiënten die een verhoogde kans hebben op het vormen van bloedklontertjes krijgen een bloedverdunner voorgeschreven. Dit geldt bijvoorbeeld voor patiënten met boezemfibrillatie of een bepaalde kunstklep en bij patienten met een hartinfarct. De bloedverdunners zorgen ervoor dat het bloed minder snel stolt. Hierdoor vormen zich minder gemakkelijk bloedklontertjes.

 

Voorbeelden :
Marcoumar (=Fenprocoumon), Sintrom (=Acenocoumarol). Asprine (Acetylsalicylzuur),

Plavix (=Clopidogrel)

 

Bijwerkingen:

Langer nabloeden bij verwonding en operaties.

 

Opmerking

Bij patiënten die de bloedverdunners Sintrom of Marcoumar gebruiken, wordt zeer regelmatig bloed afgenomen. Dit om na te gaan of het bloed niet te dun of te dik is. Beide kunnen gevaarlijk zijn! Wanneer het bloed te dun is, bestaat de kans dat men spontaan gaat bloeden. Wanneer het te dik is, kunnen er bloedklontertjes worden gevormd. Deze klontertjes kunnen zich overal in de bloedbaan vastzetten en schade veroorzaken. Klontertjes ter hoogte van de hersenen kunnen leiden tot een herseninfarct. Andere medicamenten kunnen de werking van uw bloedverdunner beïnvloeden. Daarom moet de arts, die bepaalt hoeveel u van uw bloedverdunner moet nemen, goed weten welke nieuwe medicijnen werden opgestart. U moet het hem/haar vertellen. Het is ook belangrijk dat u elke arts of tandarts meldt dat u bloedverdunners gebruikt. Tekens als het bloed te dun is:onverklaarbare blauwe plekken,spontane bloedneus,bloed in de urine (urine heeft een lichtroze of rode kleur),bloed in de stoelgang (stoelgang is rood of zwart van kleur),braken van bloed of iets dat eruit ziet als koffiedik,hevige of onverwachte menstruatie. Wanneer u één van deze zaken opmerkt, moet u de arts inlichten.


Nitraten

Nitraten zetten de bloedvaten open waardoor het hart gemakkelijker bloed kan rondpompen.

Nitraten zorgen ervoor dat :

- De aders (dit zijn de bloedvaten die het bloed naar het hart voeren) beter openstaan. Hierdoor wordt er per hartslag minder bloed aangeboden aan het hart waardoor het minder zwaar belast wordt.

- De slagaders (dit zijn de bloedvaten die het bloed van het hart wegvoeren) iets beter openstaan. Hierdoor moet het hart minder krachtig amentrekken om dezelfde hoeveelheid bloed uit te kunnen pompen.

- De kransslagaders (dit zijn de bloedvaten die de hartspier van bloed voorzien) beter openstaan. Hierdoor krijgt de hartspier meer bloed en hebt u minder last van klachten op de borst.

 

Voorbeelden:

Deponitpleister, Minitranpleister, Nitrodermpleister, Monocedocard, Promocard, Cedocard, Isordil, Nitrolingualspray

 

Mogelijke bijwerkingen :

Hoofdpijn (verdwijnt meestal na enkele dagen),blozen (verdwijnt na enkele dagen),duizeligheid bij rechtkomen,huid rood en pijnlijk (plaats waar pleister kleeft).

 

Opmerkingen i.v.m.de pleisters: Om te voorkomen dat het lichaam gewend raakt aan de medicijnen mag de pleister niet de hele dag ter plaatse blijven. Er wordt aangeraden de pleister op te plakken voor men gaat slapen en hem de volgende dag, rond het avondeten, te verwijderen. Door deze “nitraat-vrije” uren voorkomt men dat het lichaam gewend raakt aan de medicijnen en niet meer reageert.


Plastabletten

Plastabletten zorgen ervoor dat het lichaam extra vocht verliest. Diuretica werken via de nieren, als u ze inneemt, gaat u meer plassen. Plastabletten zorgen ervoor dat:

- De bloeddruk daalt,het hart ontlast wordt omdat het minder bloed hoeft rond te pompen,vochtophoping aan enkels, benen, buik en longen voorkomen wordt of verdwijnt.

 

Voorbeelden :

Kaliumverliezende plastabletten : Burinex (=Bumetanide), Lasix (=Furosemide)

Deze plastabletten zijn sterker dan de kaliumsparende plastabletten maar regelmatig gebruik kan, zoals de naam het zegt, aanleiding geven tot kaliumverlies. Omdat zowel te veel als te weinig kalium in het bloed gevaarlijk kan zijn, wordt het bloed regelmatig gecontroleerd. Eventueel zal de arts een kaliumtablet voorschrijven of neemt men bij het gewone plastablet een zogenoemd kaliumsparend plastablet.

Kaliumsparende plastabletten : Aldacton (=Spironolacton), Dytac, Eplerenone

Thiazide plastabletten : Hydrochloorthiazide

Combinatie plastabletten : Dytenzide, Moduretic

 

Mogelijke bijwerkingen :

Dorst,duizeligheid,licht gevoel in hoofd,hoofdpijn,buikpijn, diarree,spierkrampen, vooral in de benen en jicht.


De medische wetenschap is uiteraard voortdurend bezig met de ontwikkeling van nieuwe medicijnen, met als doel ze krachtiger en doeltreffender te maken met zo min mogelijk bijwerkingen.